
Freelance zorgverleners worden vaak weggezet als mensen die de zorg de rug toekeren voor meer vrijheid en een hoger tarief. Onze cijfers tonen een ander beeld: voor de meeste freelance verpleeg- en zorgkundigen is freelancen geen vervanging van hun vaste job, maar een aanvulling erop. En als die flexibiliteit zou wegvallen, is lang niet iedereen overtuigd om voltijds terug in loondienst te gaan. Dat blijkt uit een bevraging die wij bij meer dan 300 freelance zorgprofessionals afnamen, op een moment dat het beleidsdebat over externe zorgverleners in de residentiële ouderenzorg opnieuw is uitgesteld.
De Vlaamse overheid verlengde op 26 juni de regeling die woonzorgcentra toelaat om onder voorwaarden een beroep te doen op externe zorgprofessionals, waaronder zelfstandige verpleeg- en zorgkundigen via ondernemingscontracten. Die regeling loopt nu tot 30 juni 2027, in afwachting van een structurele oplossing. De discussie gaat daarbij vooral over de vraag of externe zorgverleners vaste medewerkers verdringen of gunstigere werkuren krijgen. Met onze bevraging leggen we een bredere vraag bloot: wat gebeurt er met de instroom en het behoud van zorgverleners als deze werkvorm verdwijnt?
De meest opvallende vaststelling gaat over de combinatie van statuten. Bijna 58% van de ondervraagde freelance zorgverleners heeft naast de freelance opdrachten ook een vaste job in loondienst in de zorg. Bijna 39% werkt uitsluitend als freelancer. Slechts 3% combineert freelancen met werk buiten de zorgsector.
Die cijfers nuanceren de veronderstelling dat wie freelance gaat werken, zijn vaste job daarvoor achterlaat. Voor bijna zes op de tien respondenten gaat het om extra uren ín de zorg, boven op een bestaande arbeidsovereenkomst. Dat zien we ook terug in onze cijfers: freelancers werken gemiddeld 35 uur per maand. In de praktijk betekent dit dat een deel van de capaciteit die woonzorgcentra vandaag via freelancers inzetten, geleverd wordt door mensen die al elders in de sector aan de slag zijn.

Waarom kiezen zorgverleners eigenlijk voor het zelfstandig statuut? Gevraagd naar de belangrijkste reden, noemt 41% autonomie over uren en planning. Daarna volgen een betere werk-privébalans (23%) en de vrije keuze van opdrachten en werkplek (20%). Een hogere vergoeding staat pas op de vierde plaats, met 11%.
Voor zes op de tien zelfstandige zorgverleners is zeggenschap over het eigen werk dus de belangrijkste reden om te freelancen. Het financiële motief speelt daarmee ongeveer vier keer minder vaak een doorslaggevende rol dan de behoefte aan autonomie.

'Dat autonomie zwaarder weegt dan de vergoeding, sluit aan bij wat er al langer over retentie in de zorg wordt gezegd: wie meer erkenning en zeggenschap ervaart, is vaker geneigd om te blijven. Het zelfstandig statuut is vandaag voor een deel van de zorgverleners de enige plek waar ze dit vinden. Dat is minder een pleidooi voor het freelance werk dan de vaststelling over de beperkte inspraak die een klassiek uurrooster in sommige zorginstellingen biedt," aldus Sidney Ameel, CEO van Ondia
Wat als woonzorgcentra geen beroep meer zouden kunnen doen op freelance zorgverleners? Wij legden de respondenten dat scenario voor. Slechts 23% zou overtuigd opnieuw voltijds in loondienst gaan, terwijl een even grote groep enkel deeltijds zou terugkeren. Bijna 38% weet nog niet wat het zou doen, terwijl 13% expliciet zegt de zorg te verlaten.
Of die laatste groep effectief de sector zou verlaten als het zover komt, is uiteraard onzeker. Maar samen met de 38% die nog geen beslissing genomen heeft, gaat het om ruim de helft van de respondenten voor wie een terugkeer naar loondienst niet vanzelfsprekend is.

In de open antwoorden op onze bevraging keren telkens dezelfde motieven terug om in de zorg te blijven werken: passie voor het vak, het contact met patiënten en bewoners, voldoening en waardering.
"Voor mij maakt het verschil dat ik echt iets kan betekenen voor mensen. De afwisseling, het persoonlijke contact en de waardering die je krijgt, geven mij veel voldoening", zegt één van de deelnemers aan onze bevraging," aldus een zelfstandige verpleegkundige uit Gent.
"Het debat draait niet enkel om de vraag hoe je mensen opnieuwe in een vast dienstverband krijgt, maar vooral om hoe je mensen in de zorg houdt. Want mensen kiezen niet voor flexibiliteit omdat ze de zorg willen verlaten, maar net omdat die flexibiliteit hen toelaat om in de zorg te blijven werken. Als deze werkvorm wegvalt, dreigen we dan niet vooral capaciteit op papier te winnen, terwijl we in werkelijkheid mensen op de werkvloer verliezen?" aldus Sidney.
Onze cijfers bieden alvast stof tot nadenken voor het beleidsdebat: freelancen lijkt voor veel zorgverleners niet de uitweg uit de sector, maar net een manier om erin te blijven.
Over het onderzoek: de resultaten in dit artikel zijn gebaseerd op een online bevraging die wij tussen 14 juli en 26 augustus 2026 afnamen bij freelance zorgprofessionals die via ons platform actief zijn. 325 zorgprofessionals vulden de vragenlijst volledig in. Percentages zijn afgerond; niet elke vraag telt op tot 100% omdat restcategorieën niet zijn opgenomen.